
Financiële positie
De financiële positie van de kringen binnen ons pensioenfonds is te zien aan de hand van de hoogte van de dekkingsgraad. De dekkingsgraad is een momentopname en verschilt van dag tot dag. Het percentage geeft de verhouding weer tussen het kapitaal dat een pensioenfonds bezit en het kapitaal dat een pensioenfonds nodig heeft. Als voorbeeld: bij een dekkingsgraad van 105% heeft een pensioenfonds €1,05 in kas voor elke euro die het aan pensioen moet betalen.
Dekkingsgraad per kring
De financiële vermogens van de kringen zijn gescheiden. Daardoor hebben financiële mee- en tegenvallers van de ene kring geen invloed op de andere kring. U vindt de dekkingsgraad van uw kring hieronder. We rapporteren maandelijks de van alle kringen aan De Nederlandsche Bank (DNB). Komt de dekkingsgraad onder het vereist eigen vermogen van de kring, dan heeft die kring een tekort aan reserves. Er wordt dan een herstelplan opgesteld. In dat plan staat hoe we de financiële positie van die kring binnen tien jaar weer op orde brengen.
Of we uw pensioen kunnen verhogen of moeten verlagen, is afhankelijk van onze financiële positie.
Actuele cijfers Kring G
Welke dekkingsgraden zijn er?
In de grafiek ziet u vier dekkingsgraden:
De actuele dekkingsgraad (groene lijn)
Dit is een momentopname aan het einde van elke maand. Op de laatste dag van elke maand maken we de balans op. Alle informatie wordt verzameld en op de tiende werkdag geven we dit voorlopige percentage door aan De Nederlandsche Bank. Vanaf dat moment publiceren we het nieuwe cijfer ook in de grafiek.
De beleidsdekkingsgraad (rode lijn)
Een voortschrijdend gemiddelde van de afgelopen 12 actuele dekkingsgraden. De beleidsdekkingsgraad is bepalend voor het bestuur bij het nemen van besluiten. Daarnaast is de beleidsdekkingsgraad belangrijk bij waardeoverdrachten. Een pensioenfonds mag een waardeoverdracht alleen in behandeling nemen als de beleidsdekkingsgraad hoger dan 100% is. Voor kleine pensioenen tot
€ 632,63 (2026) bruto per jaar geldt deze beperking niet.
De minimaal vereiste dekkingsgraad (gele lijn)
Deze dekkingsgraad geeft aan of onze kring een tekort aan reserves heeft. Als de beleidsdekkingsgraad daalt tot onder de vereiste dekkingsgraad, moet onze kring een herstelplan indienen bij toezichthouder De Nederlandsche Bank (DNB). In dit herstelplan moet staan hoe onze kring ervoor zorgt dat binnen 10 jaar de beleidsdekkingsgraad weer boven de vereiste dekkingsgraad komt te liggen.
De vereiste dekkingsgraad (blauwe lijn)
Deze dekkingsgraad bepaalt of onze kring een reservetekort of een reserveoverschot heeft. Als de beleidsdekkingsgraad lager is dan de vereiste dekkingsgraad is er sprake van een reservetekort en moeten we een herstelplan indienen bij toezichthouder De Nederlandsche Bank (DNB). In dit herstelplan staat hoe onze kring ervoor zorgt dat binnen tien jaar de beleidsdekkingsgraad weer boven de vereiste dekkingsgraad komt te liggen. Lijkt dat op voorhand niet te lukken, dan moeten we direct (in beginsel 1/10de van) het tekort wegwerken via een verlaging van de pensioenen.
De vereiste dekkingsgraad is afhankelijk van hoe risicovol we beleggen. Hoe risicovoller het beleggingsbeleid des te meer buffers voor tegenvallers er moeten worden aangehouden. Een meer risicovol beleggingsbeleid leidt dus tot een hogere vereiste dekkingsgraad.
Invloeden op de dekkingsgraad
Onze kring heeft verplichtingen. Onze belangrijkste verplichting is het uitbetalen van de pensioenen. Aan u, en aan alle andere deelnemers. Nu en in de verre toekomst. We berekenen elke maand hoe hoog die verplichtingen zijn. Volgens de wet moeten we onze verplichtingen berekenen op basis van de rentestand op dat moment. De rentestand heeft zo invloed op de actuele dekkingsgraad van onze kring. En uiteindelijk ook op de hoogte van de beleidsdekkingsgraad.
Naast de rente hebben ook onze beleggingen invloed op de actuele dekkingsgraad. Lees verder als u wilt weten wat de invloed van de rente en onze beleggingen precies is.
Een lage rente
Hoe hoger de rente, hoe beter dat is voor de financiële positie van een pensioenfonds. Een lage rente is dus níet gunstig voor onze financiële positie. Het is een beetje vergelijkbaar met een lage rente op uw spaarrekening. Is de rente laag? Dan houdt u later minder geld over dan bij een hoge rente.
Zo werkt het voor een pensioenfonds ook. AIs de rente laag is, moeten we nu meer geld hebben. Anders kunnen we straks niet aan onze verplichtingen voldoen. We moeten nu als het ware meer geld op de bank op hebben staan om later alle pensioenen te kunnen betalen.
Onze verplichtingen zijn bij een lage rentestand dus hoger. En dat zorgt voor een lagere dekkingsgraad.
Een hoge rente
Een hoge rente is dus juist goed voor de financiële situatie van een pensioenfonds. Ook hier weer de vergelijking met geld op uw spaarrekening. Als de rente hoog is, krijgt u meer geld van de bank dan bij een lage rente. Zo werkt het ook bij pensioenfondsen. Staat de rente hoog? Dan hoeven we nu minder op de bank hebben staan om later genoeg geld te hebben voor alle pensioenen.
Onze verplichtingen zijn bij een hoge rentestand dus lager. En dat zorgt voor een hogere dekkingsgraad.
Beleggingen
In werkelijkheid zetten pensioenfondsen (bijna) geen geld op de bank. Pensioenfondsen beleggen hun geld, omdat beleggen op langere termijn meer oplevert. Onze kring binnen het pensioenfonds belegt daarom ook.
Als onze beleggingen het goed doen, groeit ons vermogen. Gaan de beleggingen niet goed, dan vermindert ons vermogen. Meer vermogen zorgt voor een hogere dekkingsgraad.
De verhouding tussen de hoogte van de rente en het beleggingsresultaat
Over het algemeen kunnen we stellen dat de actuele dekkingsgraad hoger is, als ons vermogen toeneemt en de verplichtingen dalen. Dit is als de beleggingen goed gaan en de rente hoog is. Het kan ook voorkomen dat als de rente erg hoog is en de beleggingen tegenvallen, dat de dekkingsgraad dan toch stijgt. In dit geval dalen de verplichtingen harder dan dat het vermogen groeit.
