Typ een tekst om te zoeken.

 

Meest gezocht


Mijn profiel

U vindt hier uw persoonsgegevens en contactgegevens. Laat hier ook uw e-mailadres achter voor digitale communicatie.
Bekijk uw profiel.


Pensioenregeling

De pensioenregeling van Pensioenfonds Cargill in het kort.
Bekijk uw pensioenregeling.


Partner- en wezenpensioen

Als u overlijdt, krijgt uw partner partnerpensioen en krijgen uw kinderen wezenpensioen.
Lees meer over partner- en wezenpensioen.


Mijn pensioenpost

Bekijk digitaal de post over uw pensioen.
Bekijk uw pensioenpost.


Nieuws

Lees hier het nieuws over Pensioenfonds Cargill.
Nieuws lezen.


Pensioenplanner

Plan uw pensioen met de pensioenplanner.
Ga naar de pensioenplanner.

Zoeken

Verhogen, verlagen… hoe zit dat eigenlijk?

27-11-2017

In een aantal artikelen behandelen we onderwerpen rond ‘pensioen’. In dit volgende artikel willen we ingaan op de financiële positie van Pensioenfonds Cargill. Hoe staat het fonds er financieel voor? En waardoor wordt dit beïnvloed? Voor uitleg hierover laten we Bert van der Plas aan het woord, voorzitter van het bestuur van Pensioenfonds Cargill.

Het belang van de dekkingsgraad

Om een beeld te krijgen van de financiële situatie is de kortste klap om te kijken naar de dekkingsgraad. Deze laat zien of het pensioenfonds genoeg geld heeft om de toegezegde pensioenen nu en in de toekomst te betalen. Het is de verhouding tussen het totale bedrag dat het pensioenfonds aan beleggingen heeft (het vermogen) en het totale bedrag dat het fonds in de toekomst moet uitkeren (de verplichtingen) . Bij een dekkingsgraad van 100% is er precies voldoende vermogen om de  pensioenen te kunnen betalen. De dekkingsgraad van het Pensioenfonds Cargill bevond zich ruime tijd onder de 100% en is op dit moment (november  2017)  ongeveer 101%. Dat is dus maar net hoger  dan 100%.

Is dit nu heel erg?
Bert: ‘Het is in ieder geval niet goed. Want een dekkingsgraad op lange termijn van rond of onder de 100% betekent dat we geen buffers hebben om tegenvallers op te vangen, de pensioenen niet kunnen verhogen voor inflatie (indexeren) en de pensioenen misschien zelfs moeten verlagen (korten). Pas als het fonds een dekkingsgraad van ongeveer 115 % heeft is er sprake van een gezonde financiële situatie: dan is er voldoende eigen vermogen om alle toegezegde pensioenen te kunnen uitkeren, tegenslagen op te vangen en te kunnen indexeren’.

Dus we kunnen nu niet indexeren?
‘We kunnen weer gedeeltelijk gaan indexeren bij een dekkingsgraad van ongeveer 110%. De verwachting is dat het wel een paar jaar zal duren voordat we dat punt hebben bereikt. Overigens geldt dat alleen voor de inactieven en gepensioneerden want hun indexatie wordt door het fonds gefinancierd. De nog bij Cargill actieve deelnemers krijgen wel indexatie want daar wordt door Cargill premie voor betaald. ‘

En hoe zit het dan met korten?
‘Voor het korten  van pensioenen gelden in Nederland twee wettelijke toetsen: als de dekkingsgraad van een fonds aan het eind van een  jaar lager is dan de kritieke dekkingsgraad, dan moet dat fonds  het jaar daarna overgaan tot korten. Deze kritieke dekkingsgraad geeft het niveau aan waarbij een fonds redelijkerwijs binnen tien jaar nog kan herstellen naar een gezonde dekkingsgraad (voor ons dus 115%). De kritieke dekkingsgraad voor ons fonds ligt op ongeveer 94%. Dus we zitten voor wat betreft deze toets op dit moment niet in de gevarenzone en we hebben ook in het verleden nooit hoeven korten.’

En de andere toets?
‘De tweede toets houdt in dat een fonds niet te lang een lage dekkingsgraad mag hebben, ook al is die elk jaar hoger dan de kritieke dekkingsgraad. Als het fonds vijf jaar achtereen een dekkingsgraad heeft die lager is dan ongeveer 104% dan moet er alsnog worden gekort. Voor ons fonds geldt dat we al twee jaar een dekkingsgraad hebben die lager is dan 104% en dat we binnen drie jaar, dus voor eind 2020, een dekkingsgraad moeten hebben die hoger is dan 104%. Om dat te bereiken hebben we goede beleggingsresultaten nodig en ook een stijgende rente zou ons helpen.  Als dat niet lukt moeten we volgens de huidige wettelijke regels alsnog gaan korten in 2021. Stel dat het fonds dan een dekkingsgraad heeft van 100% dan moeten we de pensioenen met 4% korten. Dat hoeft niet ineens, we mogen dat uitspreiden over 10 jaar.’

Beleggingsbeleid

Wat doet het fonds om weer financieel gezond te worden?
Bert: ‘Het beleggingsbeleid is eigenlijk het belangrijkste instrument waarmee je invloed kunt uitoefenen op de financiële positie van het fonds. In het beleggingsbeleid leggen we vast welk rendement we tegen welk risico willen behalen om onze financiële positie te verbeteren. Ons belangrijkste beleidsdoel is het kunnen voldoen aan de oorspronkelijk aan de deelnemers toegezegde pensioenen. Ons tweede doel is het indexeren  van pensioenen . Om aan beide doelstellingen te voldoen moet ons beleggingsbeleid  rendement opleveren. Maar het streven naar  rendement brengt ook  risico’s met zich mee. Rendement en risico worden bepaald door de verdeling van de beleggingen over risicovolle onderdelen, zoals aandelen, en minder risicovolle onderdelen, zoals staatsobligaties. Met het beleid maak je een totaalplaatje van verwacht rendement en risico’s. Bij ons fonds Cargill is de verdeling op dit moment 35% risicovolle en 65% minder risicovolle beleggingen. Hiermee verwacht het fonds een rendement te halen waarmee de financiële positie in de toekomst verbetert. Die verwachting ontstaat niet zomaar, die is gebaseerd op een zogenaamde Asset Liability Management (ALM) studie die het fonds regelmatig, ongeveer één per drie jaar, laat uitvoeren. Hiermee wordt getoetst of het fonds met het gevoerde beleid op de middellange termijn  haar doelstellingen kan realiseren . Of dat het beleid moet worden aangepast’.

 ‘Overigens hanteert het fonds strikte regels over hoeveel risico het met haar beleggingen mag nemen en nemen we niet meer risico dan nodig is om de doelstellingen te bereiken. We willen uiteraard graag meer rendement maar we willen allereerst voorkomen dat pensioenen bij tegenvallers moeten worden gekort. Bovendien gelden er  ook strenge wettelijke regels voor het risico dat een fonds mag nemen.’  

De rente

En hoe zit het dan met de rente?
‘Renteontwikkelingen kunnen een grote invloed hebben op de financiële positie van een pensioenfonds. De lage rente van de laatste jaren is één van de belangrijkste redenen van de daling van de dekkingsgraden van pensioenfondsen. De rente vormt dus een belangrijk risico, ook voor ons fonds. Op den duur, als we weer financieel gezond zijn, willen we het renterisico zoveel mogelijk afdekken. Maar nu, bij de huidige lage rente, heeft het fonds het renterisico niet volledig afgedekt. We willen immers de voordelen van een mogelijk stijgende rente in de komende jaren niet mislopen. Ook deze overwegingen zijn onderdeel van de eerder genoemde ALM studie.'  

Afstemming & controle

Dat beleggingsbeleid is dus erg belangrijk. Wie stelt dat beleid dan eigenlijk op?
Bert: ‘Het beleid is de verantwoordelijkheid van het bestuur van het fonds. Maar het bestuur doet dat niet alleen. Zo worden de beleggingsdoelstellingen en de risicohouding afgestemd met de sociale partners, wordt het bestuur geadviseerd door een beleggingscommissie en werken we met een professionele vermogensbeheerder (MN) en externe adviseurs (Mercer). Daarnaast wordt  toezicht op ons beleid uitgeoefend door het Verantwoordingsorgaan en de Visitatiecommissie. En tenslotte: we zijn gehouden aan een veelheid van wettelijke voorschriften ten aanzien van ons beleggingsbeleid en daar houden we ons uiteraard aan. De toezichthouder, de Nederlandsche Bank, oefent scherp toezicht uit.’

Hebben individuele deelnemers hierover ook wat te zeggen?
‘Nee, niet voor wat betreft het beleggingsbeleid dat geldt voor de middelloonregeling die het fonds uitvoert. Maar de deelnemers kunnen ervan overtuigd zijn dat bij het bestuur het belang van de deelnemers altijd voorop staat!’